In het schooljaar 2019/2020 willen we als team gaan werken aan de volgende speerpunten.

1. Invoering nieuwe taalmethode
In de groepen 4, 5 en 6 is de taalmethode Taal Actief ingevoerd. In het nieuwe schooljaar gaan we aan de slag met de invoering van de taalmethode Taal Actief in groep 7 en 8. Taal Actief is een taalmethode voor de groepen 4 tot en met 8. Deze taalmethode is een christelijke methode waarin spelling, woordenschat, lezen enz. aangeboden worden. In nieuwe taalmethodes ontbreekt het onderdeel begrijpend lezen.
De groepen 4-8 gaan voor begrijpend lezen ‘Nieuwsbegrip’ gebruiken. In groep 3 voeren we in het nieuwe schooljaar TaalOceaan in. Er zijn voor groep 3 diverse taalmethoden, maar niet al deze methoden sluiten goed aan bij onze identiteit. TaalOceaan sluit wel aan bij onze identiteit.

2. Sociale vaardigheden
In de groepen 6, 7 en 8 zijn er in de achterliggende twee schooljaren lessen gemaakt door de leerkrachten rondom de thema´s weerbaarheid en pesten. Deze lessen zijn erg functioneel en passen binnen de context van de school omdat ze door leerkrachten zelf gemaakt zijn. Naast deze twee onderwerpen, pesten en weerbaarheid, is er een leerlijn gemaakt waarin de volgende onderwerpen aan bod komen: groepsvorming, seksuele vorming, conflicten oplossen, kernkwaliteiten, ik en de ander. Elke bouw kiest een eigen thema waar lessen bij worden ontwikkeld op het niveau van de kinderen. Vervolgens worden de lessen rondom hetzelfde thema in dezelfde periode op school gegeven. Deze thema´s en lessen worden gekoppeld aan de waarden en metaforen van het media-attitude-model. Bij deze thema ´s en lessen zijn ook nieuwe gedragsregels ontwikkeld.

3. Professionele cultuur – communicatie
Het werken in teamverband stelt hoge eisen aan de leden van het team, de werkwijze van het team en de interactie binnen het team. Hiervoor is het van belang dat we elkaar goed kennen en goed gebruik maken van elkaars kwaliteiten. Concreet kan gedacht worden aan de communicatie
binnen de organisatie. Op teamniveau zijn we gestart met PCM (process communication model). PCM geeft handvatten om goed contact te maken en relaties te verbeteren. PCM verheldert communicatie, brengt meer plezier in het werk en draagt bij aan optimale resultaten; of het nu om leren, leiding geven of persoonlijke contacten gaat.

4. Gedragsspecialist
Per 1 februari 2019 is juf Van Welie gestart als gedragsspecialist. Zij gaat leerlingen met uitdagend gedrag begeleiden en gaat de leerkrachten van de betreffende leerlingen ondersteunen. Elke dinsdag en donderdag gaat zij aan de slag met kinderen die een extra behoefte hebben op het gebied van gedrag. Doelen hiervan zijn: 
a. kinderen begeleiden tijdens time-out momenten;
b. kinderen over barrières in het schoolleven én hun gedrag heen helpen;
c. kinderen tools voor de toekomst geven om met deze barrières in het schoolleven en in hun gedrag om te gaan.
Juf Van Welie heeft een afgeronde master Educational Needs met de specialisatie gedrag behaald. Momenteel is ze bezig met een cursus van twee jaar rondom autisme. Kinderen die in aanmerking komen voor de extra zorg en begeleiding van de gedragsspecialist worden in samenspraak met de IB’er en de leerkracht hiervoor opgegeven. 
De gedragsspecialist kan aan de slag gaan met kinderen uit alle groepen van de school. Op dit moment gaat juf Van Welie starten met kinderen uit de midden- en de bovenbouw. We hopen op deze manier het gedrag van kinderen beter te kunnen reguleren zodat kinderen zelf, klasgenoten en leerkrachten in een fijn klassenklimaat hun werk kunnen doen.
De gedragsspecialist kunnen we betalen vanuit de werkdrukgelden.

5. Cursus gedrag
In schooljaar 2019-2020 willen we starten met een cursus gedrag voor de leerkrachten. Deze cursus willen we gezamenlijk met de andere scholen van de VCOHW aanbieden. Doelen voor deze nascholing zijn:
1. Leerkrachten hebben kennis van het globale verloop van de sociaal-emotionele ontwikkeling van bassischoolkinderen, met de problemen die zich daarbij kunnen voordoen en weten hoe ze daarmee om kunnen gaan.
2. Leerkrachten hebben kennis van diverse gedragsstoornissen zoals ASS, AD(H)D enz. en weten hoe ze met deze kinderen om moeten gaan.
3. Leerkrachten passen de opgedane kennis toe in hun school, klaslokaal en lespraktijk. De nascholing gedrag wordt gestart rondom ASS. ASS is het type gedrag waar we in school het meest tegen aanlopen én omdat dit type gedrag erg moeilijk te doorgronden is.
Van onze school worden er relatief veel kinderen naar het SBO doorverwezen met een diagnose ASS.

Tot slot blijkt de aanpak/de omgang met kinderen die ASS hebben een goede basis te zijn voor kinderen met AD(H)D, HSP etc.

6. Jongensgedrag kleuters
De leerkrachten van de kleuters gaan zich het komende schooljaar verdiepen in jongensgedrag. Jongens hebben gemiddeld meer behoefte aan interactie en beweging dan meisjes. Door middel van 2 studiemiddagen verdiepen de leerkrachten zich in de wereld van jongens. In hun communicatie stemmen de leerkrachten hun woorden af op de jongens en de meisjes in de groep. Leerkrachten zijn zich meer bewust van een goede afstemming van het onderwijsaanbod aan jongens tijdens kringactiviteiten, werklessen en spelactiviteiten (zowel binnen als buiten).

473